Perfectionisme

Misschien zie je het terug op deze site, misschien ook niet: ik ben een perfectionist. Nou ja, ik wás het. Nu ben ik ‘prettig perfectionistisch’. Controle hebben is goed, maar je kunt ook te ver gaan natuurlijk. Vandaag in Lijf & Leven daarom een stukje over perfectionisme.  Ja, er zijn een paar ‘open deuren’ bij, maar ook die kunnen nooit kwaad om eens ‘op schrift’ te lezen.

Perfectionisme wordt vaak gezien als iets goeds, wat het in eerste instantie ook is. Helaas slaan sommige mensen door in hun perfectionisme en wordt het eerder een manier van je gedragen dan een goede eigenschap. Een doorgeslagen perfectionist vindt zichzelf nooit goed genoeg. Alles kan altijd beter. Ook onzekerheid speelt een grote rol. Naar acceptatie zoeken of je juist afzonderen zijn hier kenmerken van.

Een grote tegenstrijdigheid: het lijkt alsof perfectionisten altijd alles perfect willen hebben, maar een aantal perfectionisten is zo ontevreden over zichzelf dat ze zelfverwaarlozing en destructief gedrag gaan vertonen.

Extreem perfectionisme komt vaak voor bij hoogbegaafden en mensen die last hebben van een obsessief-compulsieve stoornis (herhaaldelijk tellen, dwangmatig gedrag). Maar in principe kan iedereen er last van krijgen. Soms komt het voort uit iemands jeugd. Als er bijvoorbeeld een hoge prestatiedruk heerste binnen een gezin of wanneer iemand herhaaldelijk werd ‘afgekeurd’ en misprezen door de eigen gezinsleden.

Zekerheidseisen in je gedrag:

-Herhaaldelijk gerustgesteld willen worden.

-Herhaaldelijk alles controleren.

-Bijgelovige rituelen.

-Risico’s vermijden.

-Anderen proberen te beïnvloeden. Eisen dat andere mensen zich gedragen op manieren die met jouw intolerantie van onzekerheid en risico overeenstemmen.

Als je te krampachtig probeert om onmiddellijk controle te krijgen, leidt dat vaak tot het volgende:

-Je richt je aandacht grotendeels op het gevoel dat je geen controle hebt, waardoor je je machtelozer voelt dan tevoren.

-Je zet jezelf onder druk om symptomen en gedachten te controleren die zich aan je controle onttrekken, waardoor je jezelf angstiger maakt.

-Je concludeert dat er iets grondig met je mis moet zijn, omdat je je symptomen niet onder controle kunt houden, waardoor je jezelf angstiger maakt en je er tevens voor zorgt dat je gedachten vaker op hol slaan en je vaker onaangename lichamelijke gewaarwordingen ervaart.

Oplossingen die je nog meer problemen opleveren: (dit klinkt heel tegenstrijdig, maar mij hielp het echt om de dingen die ik deed letterlijk te zien staan. Ik zag in waar ik met mijn manier van denken de fout in ging)

-Aspecten van jezelf verbergen waarvoor je je schaamt.

-Problemen of taken uitstellen totdat je daarvoor in de stemming bent.

-Situaties vermijden waarvoor je bang bent of die angst opwekken. Vermijding krikt je zelfvertrouwen niet op, maar ondermijnt het. Je blijft bang voor de situaties die je vermijdt en je geeft jezelf niet eens kans om je angsten onder ogen te zien en de baas te worden. Zelf ging ik soms niet naar feestjes of ik ging niet in op uitnodigingen van anderen om iets leuks te gaan doen. In mijn ogen konden er toch alleen maar problemen van komen als ik wel ging.

Besef je!:

-Het is mogelijk dat de door jou gevreesde gebeurtenis nooit zal plaatsvinden.

-Als de gebeurtenis toch plaatsvindt, zul je waarschijnlijk manieren vinden om met de situatie om te gaan.

-Het komt zelden voor dat een situatie echt afschuwelijk of ondraaglijk is. Onaangenaam, verontrustend of heel erg onprettig misschien wel.

Bovenstaande tekst is gebaseerd op de boeken ‘Cognitieve Gedragstherapie voor Dummies’ en ‘NLP voor Dummies’. Ik ben dan ook geen expert, wel een ervaringsdeskundige 😉

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.